OVERVELUWSCH WEEKBLAD In tien storm der lijden Nederland wacht af Woensdag 16 October 1940 ÜVERVEMJWSCHE BLADEN 96ste jaargang No. 80 NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD voor: Hl «DER WIJS, HIERDEN, TONSEL, ERMELO, NUNSPEET, HULSHORST, ELSPEET, DOORNSPIJK, PUTTEN, ens. FED1LLET0N. V Verschijnt tweemaal 's weeks - Prijs fl.00 per kwartaal - Uitgave firma I. WEDDING, Donkerstraat, Harderwijk 16 October 1940 De handel in appelen Een laffe daad Transportdienst per bakfefts HARDE RWIJKËRCOU RANT ADVERTENTIEN 15 regels (galjard) f 1.elke regel meer 20 cent Ingezonden mededeelingen dubbel tarief LOSSE NUMMERS 5 cent Bons Alg. Bonboekje hoeveelheid Geldig t.m. 109 Suiker 1 kg. 25 Oct. 114 Koffie of thee 2Va onsfof SA ons 8 Nov. 78 Meel 2Va ons 1 Nov. 76 Rijst en dergelijke 2Vs ons 1 Nov. 77 Havermout en dergelijke 2l/s or,s 1 Nov. 28 Maizena of puddingp. 1 ons 1 Nov. 15 Vermicelli en dergelijke 1 ons 1 Nov. 104 Zeep in diverse soorten 18 Oct. 116 50 gram Scheerzeep 31 Dec. VLEESCHKAART 100 gram vleesch per bon 20 Oct. 75 tot 150 gram vleeschwaren per bon 20 Oct. 100 gram vleesch per bon 27 Oct. 75 tot 150 gram vleeschwaren per bon 27 Oct BOTER EN VET 5 t.m. 12 Boterkaart iedere bon 250 gram 18 Oct. iedere bon 250 gram margarine of boter 18 Oct. 250 gram vet of boter 18 Oct. iedere bon 250 gram boter met 10 ct red. 18 Oct. 03 Vleesch 03 Worst vleeschwaren 04 Vleesch 04 Worst vleeschwaren 5, 6, 7 Vetkaart 8 Vetkaart 9 t.m. 12 Vetkaart BROODKAART 10 Broodbon 125 gram roggebrood of 100 gram ander brood 22 Oct. PETROLEUM Periode 6 Petroleum 2 Liter 3 Nov. Petroleum voor verlichting Zegel A Petroleum 2 Liter 10 Nov. BRANDSTOFFEN 01, 02 en 03 Kaart: Haarden en Kachels 1 eenheid Vaste Brandstof of 1 eenheid cokes. 01, 02, 03, 04, 05, 06 Kaart Centr. Verwarming, idem bon ,,Een eenheid vaste Brandstof 1ste Periode, idem ,,Een eenheid vaste Cokes 1ste Periode, idem 04, 05 en 06 Kaart Haarden en Kachels 1 eenheid turf met dien verstande dat in de loop van het seizoen deze bons ook nog aangewezen zullen worden voor andere vaste brandstoffen 1 Eenheid Vaste Brandstof is 1 H.L. anthraciet, steenkolen, industriebriketten of eierkolen is 75 K.G., is 2l/t H.L. kolenslik, is 110 K.G. bruinkoolbriketten, is 2 H.L. cokes of gascokes is 100 K.G., is 300 stuks persturf 450 stuks baggerturven 175 K.G. fabrieksturf, 200 K.G. overige soorten turf. van het verwoeste als de vernieuwing, waarvoor we onze maatschappij in haar geheel voelden staan, waren geen opgaven voor vandaag of morgen Zij vereischten tijd en arbeid. En bovenal vereischten zij bezinning. En deze bezinning nu gaat over een chaos van feiten en omstandigheden, met gevoelens en gedachten, die elkander verscheuren en moeten verscheuren. Het is immers iets volstrekt ongewoons, dat een land, dat een oorlog gevoerd en verloren heeft, den bezetter hoort zeggen wij komen hier niet als overwinnaars, wij zijn uw vriend. Iets volkomen ongewoons, dat deze bezetter het dan ook van zelf vindt spreken dat wij van stonde af in vrede met hem overleggen over een toekomst, waarin we in kameraadschap nauw verbonden zullen zijn, met alle de verstrekkende gevolgen daarvan. En dat alles terwijl de uitgeweken regeering en de overzeesche gebiedsdeelen klaarblijkelijk in den staat van oorlog volharden. Dat dit alles voor het volk in zijn geheel teveel is, dat dit volk in zijn geheel het liefst zou afwachten, tot het duidelijker in de toekomst en in de om standigheden kan zien, wie zou dat niet begrijpen De secretaris generaal, waar nemend hoofd van het depar tement van landbouw en vis- scherij, deelt ten vervolge op het onlangs verschenen bericht inza ke appelen, mede, dat een wijziging van den getroffen maatregel noodzakelijk is ge bleken Thans is met ingang van 11 Oct. tot nader order het vervoeren, verhandelen, vei len afleveren en uitvoeren van alle soorten appelen met uitzondering van kroet ver boden. Geoorloofd is evenwel het vervoer van appelen door den consument tot een hoevee heid van ten hoogste 5 kg. In alle andere gevallen is een vervoerbewijs, af te geven door of namens de Nederlandsche groenten- en fruitcentrale, ver- eischt. Voorts is toegestaan de verkoop en het afleveren door kleinhandelaren en markttuin- ders tot telkens ten hoogste 5 kg per afnemer. Ten slotte is genoemde centrale gemachtigd in gevallen dat zulks noodig zal blijken, ontheffing van het verbod te verleenen. Het was een laffe daad, waar aan een 49-jarige schipper, die gisteren voor den politierechter terecht stond, zich heeft schul dig gemaakt. De man had kortgeleden ruzie gehad met vrouw en dochter. Om het tweetal te treiteren had hij azijnextract in den bek van een 8 maanden oud poesje gegoten, waaraan moeder en dochter zeer waren gehecht. De moeder begaf zich naar een in de buurt gelegen seruminrichting, alwaar vastgesteld werd dat bet dier ontzettende pijnen moest lijden. Op advies van een veearts is de poes afgemaakt. Het O.M. achtte verdachte's optreden, zeer laakbaar en hij wenschte deze dierenmishande ling gestraft te zien met 3 maanden gevangenisstraf. De politierechter veroordeelde den schipper tot 2 maar/den gevange nisstraf. Er bestaan gelukkig veel menschen, die niet voor één gat te vangen zijn, Dat merkt men juist in deze tijden, waarin sommigen tijdelijk hun beroep hebben moeten staken en toen plotseling voor het probleem stonden hoe in hun levensonder houd te voorzien. Zoo stond het ook met twee buschauffeurs, die van de bus op de keien kwamen. Maar van de keien sprongen zij op de fiets en zoo onderhouden zij nu een transportdienst per bakfiets tusschen Zwolle en Apeldoorn. De een rijdt het traject ZwolleHeerde v.v., de ander HeerdeApeldoorn v.v. Een voorbeeld van onder nemingsgeest dat er zijn mag I PLAATS EEN KLEINTJE In het Duitsche weekblad Das Reich wijdde de heer von Schwarz v. Berg onder het hoofdje grondwater in Neder land" een lang artikel aan de houding der Nederlanders in dezen tijd. Het artikel begint als volgt .Nederland wacht af. Het is een ongeduldig en onw llig afwachten op een nieuwe beslissing Hoe zco Is de beslissing over Nederland niet allang gevallen Dat zou men zoo denken, maar de zwaarbloedige trage Neder landers willen nog niet gelooven wat met hen gebeurd is. Zoolang den oorlog ontwend, b.-zit voor hen een wending van den oorlog nog geen volle kracht van bewijs. Zij rekenen anders, in andere waarden en andere begrippen in stilte prolongeeren zij den wissel, dien zij op Londen hebben uitgeschreven. Waarop wachten de Neder landers dus Zij staan bij honderden voor de opgehaa'de bruggen in de havenwijken en zien toe hoe Duitsche matrozen een transport booten en lichters naar buiten brengen. Zij zien toe met gesloten mond en een koele nieuwsgierigheid. Niemand zou zijn gevoelens willen verraden, maar zij allen denken gaat het werkelijk los tegen Engeland, zal het hun werkelijk gelukken dezen onberekenbaren Duitschers, wat tot dusver niemand gelukt is Nederland wil de beslissing over Engeland zien, dat is het eerste. Dan eerst, wanneer Londen capituleert zou ook de eigen capitulatie plausipel wor den. De wijdverspreide Neder landsche eigenzinnigheid pleegt er heden ten dage bij te zeggen We zijn immers niet ver-lagen we w> rden over romp- ld en als Engeland...." Ja, als EngelandHet woordje „als" is steeds de wijsheid van de verslagenen en daarom zijn er nog vele andere „alsen", waarmee de afwachtende Neder lander zijn richtinglooze dagen doorbrengtals Londen viel, maar de Engelsche vloot naar Canada ging als Amerika in 20. Op het noemen van den naam Louis liet de zieke hond een zacht gejank hooren en draaide zijn fraaien kop naar den binnenmuur van de kleine kamer, waarin Constant een zware eikenhouten met ijzeren staven omringd, goed gesloten deur bemerkte, De hond kroop er naar toe, en krabde er met zijn vootpoot tegen. Constant zag het met stil verbazen aan. „Zou mijn bede zóó verhooring ontvangen dacht hij. „O, zou het mogelijk zijn 1 Zoek, Ali, zoek Louis 1" De hond jankte sterker en krabde ijveriger aan de deur. „Zou de hond misschien Louis kennen Haastig opende hij de kist, lichtte het bovenste vak, dat niets dan geneesmiddelen bevatte, er af en maakte daarmee een afzonderlijk geheim vak bloot, waarvan de inhoud den kom- mandant ongetwijfeld zeer zou verrast hebben. Allerlei werk- tuic*- v»n verschillende grootte den oorlog trad als Amerika de bescherming van Singapore en daarmee van het Neder landsche bezit op zich nam als Rusland wellicht zou omgaan als.... Het zijn de vragen van een in den grond verstandig zelfbe wust, in zaken flink, ook sentimenteel, maar in groote geschiedenis onervaren volk, welks naïviteit in politieke dingen thans in een wonderlijk contrast staat tot zijn groote handels en kolonisatiebegaafd heid. Een gesprek met hem kan daarom slechts zin hebben, wanneer het zich aan de feiten houdt en het zal slechts mogelijk zijn dit volk voor een nieuwe toekomst te winnen, wanneer deze hem een reeks gelukkige feiten voor oogen stelt." De N. Rott. Crt. maakt bij dit artikel, dat het blad met spijt gelezen heeft, eenige kantteekeningen, waaruit we het volgende overnemen „De schrijver constateert, dqt „Nederland afwacht." Nu is het onmiskenbaar, dat in breede lagen van het volk een afwach tende houding wordt aangenomen Dat is ook niet verwonderlijk Wat ook de geschiedenis omtrent de aanleidingen tot den inval in ons land moge leeren, ons volk het groot deel daarvan, is er door overrompeld. In de eerste dagen, die op den inval volgden, heeft ons volk op de zware wonden, welke op ver schillende plaatsen aan het lichaam van zijn maatschappij waren toegebracht, gereageerd met een drang tot wederopbouw van het verlorene dien we reeds in diezelfde dagen primitief en naïef grnoemd hebben, Eigenlijk wilde men zoo gauw mogelijk onze maatschappij haar oude aangezicht teruggeven, doen alsof er niets gebeurd was en tegelijk voelde men, dat er toch wel iets gebeurd was dat alles anders was ge worden en dat wat wij herbouw den tevens „nieuw" moest zijn. Het leek wel, alsof men een wijle in de veronderstelling leefde, dat als men maar snel de vernielingen hersteld, ook het „nieuwe" onderdak zou zijn. Maar zoowel de wederopbouw waren in overvloed voorhanden vijlen, beitels hamers boren en zooveel meer. Constant nam er een vijl uit en begon er mee aan de sloten en staven van de deur te werken. De vijl was scherp en in minder dan een uur tijds had hij de gun dels doorgevijld en kon hij met eenige krachtinspanning de deur openen. Een uitroep van verrukking ontsnapte aan zijn mond. O, hoe werd aanvankelijk zijn weg voorspoedig gemaakt! Want toen hij een blik wierp in de kamer, dit nu voor hem open stond, zag hij Louis vóór zich staan, die hem echter zoo dadelijk in zijn vermomming niet herkende zoodat hij den binnendringende' met verwonde ring aanzag. Doch zijn verwon dering duurde niet lang want zoodra hij de welbekende stem hoorde, wist hij, met wien hij te doen had. „Louis I" riep de trouwe dienaar met tranen in de oogen uit, ziet ge niet ik ben het immers Constant 1" Van ontroering kon Louis het eerste oogenblik geen woord uitbrengen, doch weldra her stelde hij zich en viel Constant in de armen, „O Constant," riep hij, „ben je het waarlijk? Hoe kom je hier toch O, wat een geluk 1 't Is of ik droom". „Neen, je droomt niet. Hoe ik hier kom, hoop ik later wel te vertellen, daarvoor is nu geen tijd. Je begrijpt, dat ik gekomen ben om je te bevrij den. Ik zeg nu alleen ik hoop tegen middernacht met je te ontvluchten. Vannacht, als alles stil is, hoop ik hier terug te zijn. blijf nu bedaard, men zou ons kunnen overval en. Jk ga nu weer heen in de hoop, dat we elkaar spoedig weerzien". Het ging niet zoo gemakkelijk van Louis weg te komen, om dat deze hem allerlei vragen wilde doen en hem bleef vast houden. Maar Constant verloor de voorzichtigheid niet uit het oog hij rukte zich vastberaden los en keerde in zijn kamer terug, Hij schoof de grendels weer voor de deur en voegde de doorgeveilde sloten weer kunstig aan elkander, zoodat er al een zeer nauwgezet onder zoek noodig zou zijn om iets te bemerken. Het was een groot geluk, dat hij meer naar de stem van zijn verstand dan naar die van zijn hart geluisterd had. Zooals hij later van Louis vernam, trad niet zoo lang na zijn vertrek de kommandant in diens kamer, mischien gedre ven door een zeker wantrouwen, dat evenwel spoedig verdween, toen hij den knaap bleek en huilend zag staan aan het kleine getraliede venster, dat op het meer uitzag. Met een tevreden hoofdknikken ging bij dadelijk weer been en kon niet denken, dat de tranen in de oogen van Louis een gevolg waren van blijde aandoening en opgewon denheid. Constant hield zich intusschen met den hond bezigmet zijn geoefend oog had hij spoedig gezien, wat er bij het dier aan haperde en diende bem genees middelen toe Daarna opende hij een geheime lade van zijn kist en nam er een lang koord uit, waarin hij knoopen legde. Hij lette er naukeurig op, dat de knoopen altijd slechts één voet van elkander verwijderd waren en maakte in iederen knoop een dwarshout vast, zoo dat men, toen alle koorden er van voorzien waren, gemakkelijk langs het koord kon opklimmen en afdalen. Hij had den afstand naar beneden met zijn kenners blik goed opgenomen, zoodat hij wel zorgde, dat de touw ladder niet te kort was. Daarna borg hij hem weer weg om nu verder het nachtelijk uur af te wachten. Dat voor Louis het wachten nu voorsl een moeilijke bezigheid was, kunnen we wel begrijpen. Maar eindelijk brak de nacht aan en nu waagde Constant het de deur, die tot de kamer van Louis toegang gaf, te openen. De uiterste voorzichtigheid moest in acht genomen worden, zoodat ze zich moesten beheerschen en zich niet konden overgeven aan de blijdschap die hun hart ver vulde. Ze spraken dan ook slechts fluisterend en niet meer dan noodig was. Tegen twaalf uur haalde Constant de knoop- ladder weer voor den dag en beduidde Louis hoe hij er gebruik van maken moest. „Precies middernacht verlaten we dit vertrek," lichtte hij verder in, „en gaan naar het bolwerk. Hoort men iets, dan denkt men wel, dat ik daar volgens afspraak met den hond bezig ben. Op den juisten tijd buiten gekomen, ging Constant spoedig aan het werk. Hij haakte een dikke ijzeren bout in een reet van den muur vast, knoopte het eene eind van de koord- ladder daaraan vast en liet het andere eind naar beneden zak ken. Op handen en voeten kruipende was Louis hem gevolgd nnar het bolwerk en kwam: op de plaats, waar de ladder hing. Nu naar beneden.!" fluisterde Constant. „Houd je vast aan de dwarshouten I En als je beneden bent, dan links af. 't Is gelukkig, dat we beiden zwemmen kunnen en de oever is niet ver at." Ijlings kroop Louis over den rand van het bolwerk en liet zich snel zakken, zoodat het water in weinige oogenblikken bereikt was. Onmiddellijk daarop volgde Constant, die zich zoo snel mogelijk langs de touw ladder neerliet. Spoedig kliefde hij met zijn armen het water van het meer en bereikte weldra den oever, waar Louis hem stond op te wachten. „Nu snel voorwaarts zei Constant. „Altijd maar dicht langs het meer, daar verbergen ons de struiken voor het gezicht. Flink doorgestapt, Louis. Als we maar één uur tijd winnen, zullen ze tevergeefs naar ons zoeken." (Wordt vervolgd.)

Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe - Periodiekenviewer

Overveluwsch Weekblad/Harderwijkerkrant | 1940 | | pagina 1