OVERVELUWSCH WEEKBLAD ■Ill mi NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD voor: Ia 't leven terug. Woensdag 27 Juli 1938 OTERVELÜWSCHE BLADEN94ste Jaargang No. 58 HARDER WIJK, SIERDEN, TONSEL, ERMELO, NUNSPEET, HULSEORST, ELSPEET, DOORNSPIJK, FUTTEN enz., FSBILLBTO'N. Onze drukkerij FirmaWedding A' qe op Verschijnt tweemaal 's weeks. Prijs f1.00 per kwartaal. Uitgave firma I. WEDDING, Donkerstraat, Harderwijk Geschiedenis die twee landen verbindt. levert snel, goed en billijk. ix><MHutqo/riq p^Ap?Daa Is adAsesteêmm -sisoh. HARDERWIJKER COURANT ADVERTENTIEN 1—5 regels (galjard) f 1.—, elke regel meer 20 cent. Ingezonden mededeelingen dubbel tarief.;. LOSSE NUMMERS 5 cent. België heeft in de afgeloopen week de nationale feestdag ge vierd. De 21e Juli werd destijds ingesteld als nationale feestdag de verjaardag van den Staat, waarin gedacht moest worden aan öelgië's zelfstandigheid, zijn afscheiden van de Noordelijke Nederlanden in 1830. En nu ging het de laatste jaren met het vieren van dien dag niet erg van harte, ja zelfs ging die in een groot deel van het land vrijwel onopgemerkt voorbij. Omdat de Regeering terecht inziet dat een volk moet vast houden aan traditie waarin het ten slotte zijn eenheid kan manifesteeren daarom is van Brussel een tip aan de gouver neurs (de Commissarissen des Konings) uitgegaan met de op dracht er voor te zorgen dat de nationale feestdag het karakter van een volksfeest zou hebben. Het is gelukt. Er zijn parades gehouden en schoolfeesten de Koning reikte decoraties uit. Fakkeloptochten zijn gehouden en bals voor het volk in de open lucht, kortom, er is echt feest gevierd in heel België. En wat in onze dagen nogal wat zeggen wii Hitier heeft een telegram van gelukwensch aan den Koning gezonden. Het gaat met de internatio nale politiek den goeden kant uit, d.w.z. de spanning begint te wijken. Nu is het natuurlijk heel moeilijk om achter de schermen te kijken, maar toch, de wijze waarop de groote lijnen in de wereldpers worden besproken vormt toch wel een soort baro meter. Lange maanden heeft die gestaan op veranderlijk met een sterke neiging naar storm weer Het schijnt op te klaren. In Tjecho Slowakije is men het nog wel niet eens over den in vloed die in de toekomst de Sudeten duitschers op de regee- ring van Praag zullen hebben, doch de besprekingen krijgen een welwillend karakter. En de vrees voor „verrassingen" van 24 „Ik wou graag, dat je me Adam noemde Stanhope klinkt zoo vreemd." .All right, en noem mij WilmotZiezoo, nu zijn we veilig geloof ik." „Wist je, waarom ik zoo stevig doorliep?" „Ik kon het wel raden. Zullen we hier wat gaan zitten Zij lieten zich neervallen op het gras aan den oever van 't riviertje en staken hun pijp op. Quayie keek naar Adam en vroeg zich af, waar hij wel over zou denken. De mededeeling van Sir James had hem feitelijk overweldigd en hij trachtte zich in te denken in den geestes toestand van den man, die naar hij geloofde en ook hoopte, zijn vriend zou worden. Op dat oogenblik was echter het overheerschende gevoel bij hem sympathie vermengd met mede lijden, hoewel Adam er niet uitzag als iemand om medelijden op te wekken, Wat zou een Berlijn geraken op den achter* grond. Alle aandacht gaat thans naar een wrijving die ontstaan is tusschen Japan en Rusland. De Russen hebben het name lijk in hun hoofd gekregen om een heuvel, de heuvel van Tsjangkoefeng te bezetten. Dat is een heuvel die de haven van Raskin, in Korea, beheerscht. Raskin is een zeer belangrijke haven en de Japanners hebben er niets mee op dat de Russen op den heuvel er vlak bij een stel kanonnen neerzetten. Er af. zeggen ze Maar de Russen beweren dat ze uit oude kaarten hebben nagegaan dat die heuvel eigenlijk op Russisch grondge bied ligt en daarom willen ze er niet af. Japan heeft nu een brief geschreven met de eisch dat de Russen minstens 10 K.M terug zullen gaan. Van die brief trek ken de Russen zich ook niets aanintegendeel, volgens de laatste berichten hebben ze nog meer versterking op de heuvel getrokken. Men vraagt zich af, wat van dit alles de bedoeling is. Vermoedelijk achten de Russen, nu het Japansche leger door den oorlog met China -niet zoo krachtig meer is, den tijd ge komen om het met Japan aan te binden. Zooals men weet bestaan er oude veeten En dat Japan op China ligt te hameren is heelemaal niet naar den zin van Rusland. Wat de bedoeling van dat alles is kan thans nog niet worden gezegd. Daartoe dient de ontknooping worden afge wacht. Vader overrijdt zoontje Het drie jarig zoontje van de famillie Huisman te Numans dorp is door een vrachtwagen bestuurd door zijn vader, over reden en vrijwel onmiddelijk gedood. Het kind stond aan den weg op zijn vader te wachten. Toen de man, die het kind niet bemerkt had, achteruitreed, is het kind onder den wagen ge komen. beeldhouwer hem gaarne tot model hebben gehad I „Waarom kijk je me zoo aan vroeg Adam plotseling op driftigen toon. ,Wat bedoel je? Ik wist niet „Je kijkt, alsof je medelijden met me hebt. Ik houd niet van medelijden." Neem me niet kwalijk," zeide Quayie zenuwachtig. „Waarom zou je medelijden met me hebben ik ben nooit ongelukkig geweest, behalve de laatste dagen. Als ik alles weet dat jij nu weet, zal ik er dan zooveel beter aan toe zijn?" „Dat weet God alleen." ,,'k heb veel geleerd. Elk oogenblik leer ik feitelijk. Wat me 't meest bezig houdt is het begrip God. Ik probeer altijd en altijd weer te begrijpen, maar het gaat niet Begrijp jij God „Neen," antwoordde Quayie aarzelend. „Denk je dikwijls aan Hem „Neen", herhaalde Quayie, en hij voelde, dat hij een kleur kreeg. „Is God een realiteit voor je Quayie had die vraag al zien aankomenmaar hij had zich Tusschen de hooge muren van het eeuwenoude kerkgebouw der Ned. Herv. gemeente van Nijkerk, speelde zich in allen eenvoud een korte plechtigheid af, die ondanks haar soberheid weer eens den nadruk legde op het feit, dat ons Neder- landsche volk over de gansche aarde is uitgezwermd en op honderden plaatsen zijn onuitwisch baar en eervol stempel heeft gedrukt. De historische achtergrond gaf diepte en beteekenis aan wat zich hier afspeelde. Middelpunt van de bijeenkomst in het kerkgebouw op zoo een ongebruikelijk uur was mejuffrouw Florence van Renselaer, die voor deze gelegenheid uit New York naar het stadje op de Veluwe was overgekomen. Da oude dame, die in de Vereenigde Staten van Amerika tot de aanzienlijkste families behoort, had zich tot taak gesteld het familiegraf harer voorouders een waardiger aanzien te geven. Dat graf bevond zich gelijk de caam reeds deed veronderstellen, op Nederlandschen bodem. Door zich in verbinding te stellen met Harer Majesteits gezant te Washington kwam mejuffrouw Van Renselaer tot de ontdekking, dat haar voorouders uit Nijkerk afkomstig waren en dat zich in de Ned. Hervormde Kerk van het stadje een zerk bevond boven een grafkelder waarop vagelijk den naam Renselaer tweemaal viel te onderscheiden. De drme te New York zond onmiddellijk de noodige gelden naar op 't zelfde oogenblik voorge nomen eerlijk en openhartig tegen Adam te zijn. Ais hij eenmaal met een leugen begon, zou hij in een zee van leugens moeten eindigen. „Sedert ik een jongen was, heb ik niet veel meer over God gedacht." „Hoe is dat mogelijk? Het komt me voor, dat God alles moet zijn voor ieder mensch," „Hij is nieuw voor jou," zeide Quayie en op 't zelfde oogen blik schaamde hij zich over die woorden. „Maar de heele wereld is van Hem de hemel leven en dood alles is van hem hoe is het dan mogelijk, dat je niet aan hem denkt 1" „Ik ga af en toe 's Zondags naar de kerk." „Maar in den bijbel aanbidden ze God Doe jij dat dan niet „Jawel, ik geloof het wel." antwoordde Quayie aarzelend. „Waarom ben je er niet zeker van. Kan je 't mij niet duidelijk maken, Wilmot? Misschien heb ik bij 't lezen niet alles begrepen. Pehooren onze zielen aan God?" „Ja." „Onze lichamen ook?" „Ja." de kerkvoogdij, die daarna opdracht gaf den steen te restaureeren en een betere plaats te geven in het kerk gebouw. Alzoo werd naast den preekstoel een graftombe gebouwd waarin de stoffelijke resten van den inhoud der kisten in den grafkelder werd overgebracht. Daarboven werd, staande in den wand, de zerk geplaatst. Met deskundige hand ging men over tot reiniging van dezen steen, die uit kostbaar materiaal afkomstig uit Namen in België, bleek te zijn vervaardigd. Zoo kwam het familiewapen te voorschijn en het opschrift in oud Nederlandsch en in Latijn. De oude kronieken wezen verder den weg, nadat men had kunnen ontcijferen, dat daar ge schreven stond: Den 7 Febtuario 1601 starf binnen Deventer den Erntv. tn Manhafte Hopman Iohan va Renselaer en alhier begrave. Den 6 Iunio 1602 starf binne Oestende den Erntv. en Manhaften Hopman Hendrrck va Renselaer en alhier begrave. Daaronder volgde dan een uit voerige Latijnsche tekst, waaruit bleek, dat deze twee krijgsmannen tweelingbroers waren geweest, die zich in den Tachtigjarigen Oorlog zeet verdienstelijk hadden gemaakt. Niets wees er echter op, dat deze twee iets hadden uit te staan met de tegenwoordige familie van den zelfden naam. De geschiedenis onthulde echter, dat Kilian van Renselaer, de zoon van hopman Hendiick, zijn kinderen naar de Nieuwe Wereld had zien vertrekken. Twee geslachten later dus behoorden „Ziet en weet Hij alles „Ja." „En toch denk je niet altijd aan Hem die Sir James gebruikte woorden, die ik wel voelde, maar nu vergeten ben Alomtegenwoordig en al» machtig is." „En toch kan je hem vergeten. Ben je dan niet bang „Adam, je begrijpt dat niet We zijn zoo gewend aan het denkbeeld, dat God overalom tegenwoordig is. Onze ouders hebben ons dat al ingeprent van onze vroegste jeugd af. Toen ik een jongen was, ja toen was God een realiteit voor me. Sedert dien tijd is Hij langzamerhand weer een idee voor me geworden. Dat is misschien mijn eigen schuld. Ik heb altijd een bezig leven gehad en weinig tijd om over dit onderwerp te denken." „Geen tijd om aan God te denken Je moet krankzinnig zijn I" riep Adam uit. En hij sprong op en snelde weg Quayie deed geen poging om hem te volgen. Er was te veel dat zijn gedachten vervulde. HOOFDSTUK XII. de Van Renselaers tot de eerste Nederlandsche kolonisten in deze gebieder, aan den anderen kant van den onmetelijken Oceaan. Zij stichtten, met andere landgenooten, de nederzetting aan den mond van de Hudson-rivier, die zij Nieuw Amsterdam noemden en die later tot de grootste stad ter wereld zou uitgroeien. Den zonen van dezen Nijkerkschen koopman Kilian van Renselaer ging het aan den overkant blijkbaar nogal voor den wind. Zij konden er hun bezittingen uit breiden tot een grootte, waarvan de afmetingen slechts in dagreizen waren aan te geven.... De Van Renselaers bleven door den loop van drie eeuwen tot de aanzienlijke geslachten behooren. Zij stichtten andere steden, hadden invloed in bestuurszaken, traden op den voorgrond en droegen er bij tot den roem van den Nederlandschen stam. Zij vergroeiden met de zich snel evolueerende Amerikaansche maatschappij, die zij zelf mede in het leven hadden geroepen, werden op en d'op Amerikanen, totdat mejuffrrouw Florence eenige jaren geleden contact zocht met het land der vaderen en er den band mee versterkte. Zoo zat zij daar in het kerkje temidden van de Veluwsche bevol king die was samengestroomd. En zij liet onverstoorbaar den al te luiden galm van het orgel over zich heengaan. Bij den pilaar zat zij, recht tegenover de plaats, waar de steen nu stond. Rondom haar waren de notabelen van de stad gezeten kerkelijke en wereldlijke, benevens een aantal adelijke gasten uit den omtrek en van elders. Ook was er een klein meisje in het wit. Het gelaat van de oude dame waarin diepe groeven waren getrokken, had dat van een Veluwsche vrouw kun nen zijn als zij eveneens de traditi- oneele muts hadde gedragen; het was uit hetzelfde hout gesneden. Zij was in stemmig zwart gekleed en viel in deze omgeviDg niet uit den toon Het ongewone was het felle licht der fotografen, dat van tijd tot tijd met felle flakkering de plechtigheid doorkliefde. Het eerst trad de president der kerkvoogdij, de heer A. Meiling naar voren om in het kort te vertellen hoe de restauratie van den steen tot stand gekomen was. Hij zeide, dat de dochter van den predikant den zerk zou onthullen. Het meisje in het wit. Mientje van der Graaf was haar naam, trad naar voren en trok het doek weg dat den steen aan het gezicht had ont trokken. Onmiddellijk daarop nam ds. C. J. van der Graaf het woord. Hij verhaalde de geschiedenis van het geslacht aan de hand van wat er in den steen gegrift stond, wees op het grootsche werk onzer voor vaderen in Amerika, waarop hier het licht valt. Tot geruststelling zijner gemeente verklaarde hij, dat de kunst en het protestantisme elkander niet vijandig zijn. Alleen moet de kunst dan in de kerk een dienende factor zijn en niet op den voorgrond treden. voorbeeld van den heden- daagschen beschaafden man. Van kind af had men hem al geleerd, dat iemand geen uiting moest geven aan hetgeen er in hem omging. Zelfs met zijn beste vrienden had hij nooit een intiem gesprek Alleen met zijn moeder had hij wel eens over God gesproken als over een Hooger Wezen waarmede hij zichzelf verbonden voelde maar toen zij stierf en zijn kindertijd voorbij was, was zijn Godsbegrip op den achtergrond geraakt Zijn leven was in alle opzichten onberispelijk hij bekleedde volijverig zijn be trekking en hij hoopte, dat hij Amber eens zijn vrouw zou kunnen noemen En nu had die vreemde jonge man hem wakker geschud. Adam was oorzaak, dat hij opnieuw over God was gaan denken en Hem nu was gaan beschouwen uit een geheel ander oogpunt, dat hem, eerlijk gezegd, verontrustte. „Ik ben geen godsdienstig man," zeide hij ongeduldig bij zichzelf en daarop trachtte hij zijn gedachten op iets anders te vestigen. Had hij er goed aan gedaan Adam zoo open en eerlijk te Zoo bekeken is deze steen, die door een kunstenaarshand tot iets schoons is gemaakt, iets geheel anders dan de s'een, die tot een afgodsbeeld is gemaakt. De derde spreker was jhr. H. M. van Haersma de With van Salenteiu, de Nederlandsche gezant te Washing ton, die met verlof hier te lande vertoeft. Hij herinnerde aan de brief wisseling en de gesprekken, die hij te New York met mejuffrouw Van Renselaar heeft gehad. Aan uw goed heid en vriendelijkheid is het te danken dat dit graf in eere is her steld. Een graf van hen, wiet zonen aan den anderen kant van den Oceaan zoodanige dingen hebben gedaan, dat heel Nederland er trotsch op mag zijn. Wij zijn vol bewondering voor wat de Van Renselaers en andere Nederlandsche families iu Amerika tot stand hebben geb.-acht. Nog steeds behooren zij tot de be langrijkste inwoners van de Ver eenigde Staten de afstammelin en van de Hollanders van vóór 1640. Het verheugt ons, zoo besloot de gezant, die zich tot mejubrouw Van Renselaer richtte, dat wij in u de nazate mogen huldigen van nen, die de groote natie bouwden, die de Vereenigde Staten thans vormen. Vervolgens trad jhr. M. W Van Renselaer Bouvrier uit Amsterdam naar voren. Als vertegenwoordiger van den Nederlandsch gebleven tak der familie sprak hij dear cousir, Florence" in dankbare en waar- deerende woorden toe. Hij noemde wat hier tot stand gebracht is een daad van ontroerende piëteit en overhandigde mede namens zijn echtgenoote aan zijn Amerikaansche bloedverwante een bloemstuk, bijeen gebonden met een lint in oranje- blanje bleu de kleuren, waaronder de hoplieden Iohan en Hendrick van Renselaer beiden zijn gesneuveld en verzocht haar, dat neerteleggen aan den voet van den grafsteen als hulde van het nageslacht aan de vaderen. Mejuffrouw Florence van Renselaer stond op en legde het bloemstuk bij den grafsteen neer. Een wijle bleef zij daar staan, in diepe ge dachten verzonken. Tijdens dit plechtig oogenblik luiscbte het Wilhelmus door het kerkgebouw. De heer J. van der Lind-n, secre taris der kerkvoogdij, sloot met eenige woorden van dank tot de milde schenkster de plechtigheid. Hdbl. antwoorden Zou het niet beter zijn geweest een godsdienstig heid voor te wenden, die hij niet bezat Met een zucht stond hij op en langzaam wan delde hij naar huis terug Onder weg zag hij Sir james aankomen, hij haastte zich naar hem toe, om hem te vertellen, wat er gebeurd was, „Ik vrees, dat Adam zich gekrenkt voelt. Het spijt me ontzaglijk „Daar is niets aan te doen, Quayie. Maar roer in het vervolg het onderwerp godsdienst maar niet meer aan, ik geloof dat, dat wijzer is. Ik zal van avond eens met hem spreken." Het gesprek werd afgebroken door de komst van Diana, die vroeg of zij een van beiden Amber gezien hadden. „Waar is mijnheer Stanhope vroeg ze, toen het antwoord ontkennend had geluid. „Ik denk, dat hij alleen wil zijn," antwoordde Quayie dade» lijk, (Wordt vervolgd,) Wilmot Quayie was een goed

Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe - Periodiekenviewer

Overveluwsch Weekblad/Harderwijkerkrant | 1938 | | pagina 1