DE KONINGIN VERJAART NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD voor: T weeërlei Rijkdom. Woensdag 30 Augustus 1933. Negen en Tachtigste Jaargang No. 68, HARDERWIJK, HIERDEN, TONSEL, ERHELO, NUNSPEET, HULSHORST, ELSPEET, DOORNSPIJK, PUTTEN, enz. 1880 31 Augustus 1933 Plaats een Kleintje! FEUILLETON. BUITENLAND Ve-schijnt tweemaal s weeks, - Prijs '1-20 per kwartaal. Uitgave flrma I. WEDDING, Donkerstraat Harderwijk. Een Harderwijksch spreekwoord Gemengd Nieuws. Raadslidmaatschap en levering aan de Gemeente. Brutale inbraak Purmerend. Jubileum Dr.P.Stegenga Az. Mededeelingen over de Zuiderzeewerken. MN ADVERTENTIEN 1—5 regels (galjard f 1.—), elke regel meer 20 cent. Ingezonden mededeelingen dubbel tarief LOSSE NUMMERS 5 cent. COPYBECHT 23 Op dat oogenblik kwam er uit de deur van de kast een zacht, eigenaardig gelluit. Geer- truida had dat gefluit vroeger meer gehoord, en zij werd bleek als een doode. „Ja, fluit jij maar oude jongen 1" zeide Morton, die nu met ieder oogenblik moediger werd „fluit jij maar tot Nieuwjaar toe. Het zal meer dan fluiten kosten, om er uit te komen." „Morton, wees bedaard. Hoe kunt ge nu schertsen Och help, wat zullen we beginnen Loop gauw naar den stal en zie eens of Papa nog niet thuis is. Ik meende, voordat gij mij riept, dat ik het rijtuig hoorde stilhouden. Loop hard, Morton, dan zijt gij een goede jongen." „En zou ik u hier alleen laten met dien kerel Ik zal eerst Elize roepen." „Neen, neen, Elize is niet thuis. Ik ben niet bang, ga meer Morton Och, alsjeblieft, ga nu I Zij legde haar mond voor het sleutelgat, zoodra de knaap uit het gehoor was. „Jan, zijt gij het „Natuurlijk, ben ik het. Doe gauw de deur open, en laat er mij uit." Waarom zou ik er u uitlaten Hoe durfdet gij hier weer te komen I O Jan, hoe kunt gij toch zulke vreeselijke dingen doen Hij antwoordde haar door met handen en voeten op deplaneelen te slaan, en ztjn vraag, om er uitgelaten te worden te herhalen. „Ik heb grooten zin, om je er niet uit te laten," zeide zij. „Zoo gij veilig opgesloten zat in de gevangenis, zoudt gij ons geen overlast en verdriet meer kunnen aandoen. Ik geloof, dat het beter is, dat wij u aan het gerecht overleveren." „Geertje, Geertje, zoo wreed zult ge toch niet zijn. Laat er mij uit, en ik beloof je nooit weder lastig te vallen. Ik zal honderd mijlen ver weggaan. Ik zal het tand uitgaan. Ik wil u alles beloven maar, om Gods wil, laat er mij uit I Gauw, gauw I Ik hoor ze komen. Ik zeg je, doe open de deur I" Terwijl zij nog aarzelde, begon UITG..COMP. ..DE BRANDING". hij te vloeken en te zweren met een onderdrukte stem, maar zoo, dat het zijne zuster tot is hare ziel ontroerde. „Hoor je mij, Geert Ik zeg je dat het met mij gedaan is, als ik nu gepakt word. Ze zitten mij na. Ik ben weggeloopen om mijn leven te redden. Onlangs heb ik op een avond een kerel neergestoken, en ze zeggen, dat hij op sterven ligt. Zou je dan graag zien, dat je broeder op gehangen werd Vervloekt, doe de deur open Anders steek ik het huis boven jullie hoofden in brand I" Met bevende vingers voelde zij naar het slot. Plotseling wierp zij de deur wijd open. „Daar, red je rampzalig leven," zeide ze, „en Iaat mij je nooit weerzien." Nog voor zy geheel uitge sproken had, was hij reeds niet meer te hooren in een oogwenk was hij de groote zaal door en de voordeur uitgesneld, en toen haar vader en broeder, door koetsier en stalknecht gevolgd, de kamer binnentraden, vonden zij haar zoo bleek als het kleed, wat zy droeg, voor de gesloten deur wacht houden. Morton maakte zich tot den held der geschiedenis. Het Duitsche s.s. „Halmstad" bereikte Falkenberg aan de Westkust van Zweden en had een watervliegtuig van de Duit sche Lufthansa op sleeptouw. Het schip had dit vliegtuig drijvende gevonden op de Oost zee. De 5 passagiers (2 Engel- sche dames, 2 Noren en een Duitscher) werden aan boord van de „Halmstad" gebracht. De bemanning, bestaande uit 3 personen, bleef aan boord van de vliegboot. Wegens een motordefect had het toestel op het water moeten neerstryken. De passagiers en de bemanning maken het goed. Het toestel is echter sterk be schadigd. Uit Chamonix wordt bericht, dat zeven alpinisten, die den top van den Mont Blanc van den Italiaanschen kant bestegen, gedurende verscheidene dagen ronddoolden. Vijf van de zeven werden door de twee overigen, die nog valide waren, in een spleet achtergelaten. De laatsten kwamen in een schuilhut aan. Een expeditie van 21 Italianen is er op uitgetrokken om de achtergeblevenen te helpen. Hun hulp kwam te laat. Het blijkt, dat de vijf achtergelaten toeristen zijn omgekomen en dat de twee anderen, die hulp waren gaan hale", eveneens overleden zijn. Door een cycloon, die in Korea heeft gewoed, zyn hon derden visschersbooten naar zee afgedreven en vergaan. Dageiyks spoelen tijken aan. Volgens de schippers drijven talrijke booten leeg ep zee rond. De Braziliaansche regeering heeft in Japan dertig oorlogs schepen besteld, die binnen een termyn van tien jaar geleverd moeten worden. Alleen de be talingskwestie vormt bij deze reusachtige order een moeiiyk- heid, aangezien Brazilië als voor waarde stelt, dat de helft van het geld, ten bedrage van 200 millioen in koffie mag worden voldaan „Het was een groote, stuursche kerel, Vader," zeide bij, „met een pistool in de eene, en een dievenlantaarn in de andere hand, en ik sloop hem op mijne teenen na, om myn kans af te wachten, totdat hij binnen de deur was, en toen smeet ik hem de deur voor den neus dicht en deed haar goed op slot. O wat schopte hij I Heeft hij veel leven gemaakt, terwijl ik weg was, Truida Zij antwoordde niet. Zy stond met bevende leden en een be storven gezicht onafgebroken op de deur der porseleinkast te staren. „Misschien," zeide de heer Dudley, „was het beter hem te laten waar hy is, tot wy ons een politieagent gezonden hebben." „Ja, dat zal het beste zijn," zeide Geertruida gretig. „En waar zou het goed voor zijn een uur lang op de politie te wachten, Mijnheer zeide de koetsier. „Ik heb hier een flink, sterk touw en ikke en Ernst kunnen hem gemakkelijk knevelen, Mijnheeren 't is beter ook, dat hij goed gebonden tusschen de steenen muren zit dan hier in ds kast, Mynheer hij mocht het huis eens in brand steken, terwyi wy zitten te Op het door den heer Joh. de Boer te Wormerveer aan Gedeputeerde Staten van Noord- Holland gerichte adres, waarin aan wethouder P. Klinkenberg en aan het raadslid J. P. Rood- zant, beiden van Gemeentebe langen. ten laste werd gelegd functies te bekleeden onver- eenigbaar met hun raadslidmaat schap, hebben Gedeputeerde Staten dezer dagen een beschik king. De heer Roodzant werd ver vallen verklaard van zijn raads lidmaatschap, omdat hy directeur is van de coöp. melkinrichting de „Zaanstreek" welke onmid dellijk levert aan het Gemeente lijk ziekenhuis. Wethouder Klin kenberg zal moeten kiezen tusschen zijn wethouderschap en zijn functie van commandant van de brandweer. Hij is reeds ge durende tien jaar wethouder en loco-burgemeester dezer ge meente. Zaterdagnacht is in de Pur- merender Stoom- en Wasch- inrichting aan de Nekkerstraat aldaar ingebroken. De inbrekers hebben zich toegang verschaft in het kantoor, de brandkast weggehaald en deze in het daarachter gelegen wagenhuis opengebroken en geplunderd. De patroon, die zijn 25-jarig huwelijksfeest vierde, had het personeel vrijaf gegeven zoodat direct het loon was uitgekeerd. De buit was derhalve gering De dieven zijn tenslotte ge vlucht, toen by het forceeren van de tweede kast de alarm- schel overging. Den 6en Sept. a s. is het 25 jaar geleden dat Dr. P. Stegenga Azn., Luth. predikant te Amsterdam, de evangeliebedie ning opnam in de Ned. Herv. Kerk. Dr. Stegenga werd 4 Aug. 1883 te Koudum (Fr.) geboren, bezocht het gymnasium te Zutfen en studeerde daarna theologie aan de Utrechtsche universiteit. Candidaat geworden in 1908 voor het prov. kerkbe- wachten, Mijnheer." „Dat is waar," zeide de heer Dudley. „Nu, biyft gij beiden dan dichtbij staan. Is de buiten deur gesloten Komaan, dan maar korte metten gemaakt." Hij wierp de deur wijd open, Een oogenblik van ademlooze stilte volgde, waarin aller oog naar binnen tuurde. Toen nam de heer Dudley een lamp van de tafel, en hield die in zulk een stand, dat de kast tot in hare verste hoeken verlicht was. ,,Er is niemand te zien," zeide by. Terwijl de overigen elkander onthutst in het aangezicht zagen en Morton naar voren kwam uit den verwijderden hoek, waar hij zich geposteerd had, toen de deur geopend zou worden, zat zijne zuster met neergeslagen oogen in volmaakte stilte. Haar vader zag haar een oogenblik scherp aan, daarop keerde hij zich naar zijn zoon. „Hebt gij ons een dwaze poets gespeeld F" zeide hij. „Papa, papa, hij|is er in geweest. Zoo waar als ik leef heb ik nog geen vijf minuten geleden een man in die kast opgesloten." „Ei zoo, waar is hy dan heengegaan Hy moet toch ergens gebleven zijn, zou ik denken. Is bij door het sleutelgat stuur van Utrecht, deed hij 6 September 1908 intrede bij de Ned. Herv. Gem. te Garderen. Hierna stond hy van 1910 tot 1915 te Zwartsluis. Na coll. doctum werd hij 28 Maart 1915 predikant by de Ev. Luth. gemeente te Deventer. Sinds 18 Nov. 1917 staat hy te Amsterdam. De a s. jubilaris bewoog zich op onderscheiden gebied. Hij is mede-oprichter van het Tehuis voor Militairen teMilligen. Ver der is hy voorzitter der Witte- veen-Vereen, te Ermelo, lid van het H.B. der afdeeling Nederland van de Ev. Alliantie, was vele jaren leider der Ned. Tentzen ding, en is sec. lid der Ev. Luth. Synode. Behalve zyn dissertatie over „Twijfel als psychologisch verschijnsel in het religieuse leven," verschenen van zyn hand nog pl.m. 40 grootere en kleinere geschriften, om. „De levensvragen en het licht Gods", „Persooniyk geloofs leven", „Oude landen en steden" (reisbeschrijving) en vele apolo getische brochures. Dr. Stegenga is voornemens op Zondag 10 Sept. a.s. een gedachtenisrede te houden. Daarna zal hij receptie houden. In de officieele mededeelingen, die om de drie maanden over afsluiting en droogmaking worden uitgegeven, staan byzonderheden over de „verzoeting". De daling van het zoutgehalte is goed merkbaar deze is grooter in het zuideiyk dan in het noordelijk deel van het meer. Langs de kust tusschen Enkhuizen en Muiden is langen tijd weinig van de verzoeting te merken geweest, maar hierin is verandering ge komen. De wind in de winter maanden mengt het water het water zal over zyn geheele uit gestrektheid verzoetenvolgens de mededeelingen zullen er geen „zoutzakken" overblijven. Be trekkelijk hoog is het zoutgehalte van het Buiten-IJ, een gevolg van vermenging met het water uit het Noordzeekanaal, dat thans booger zoutgehalte heeft dan het IJselmeer. Men spreekt ook van het meer Flevo, maar officieel zal de naam wel IJsel meer blijven. Wat het nieuw gewonnen land betreft, dat is nog met zout gekropen of heeft hy een gat in den muur geboord?" „Dat weet ik niet, Papa," antwoordde hij, op het punt van te schreien uit teleurstelling en boosheid. Ik kan mij in de wereld niet begrijpen, hoe hy er uitgekomen is, of Hy hield op en zag zijne zuster aan. „Of wat zeide Geertruida. „Of gij moet er hem uitgelaten hebben 1" Haar bleek gelaat werd in een oogenblik vuurrood. Waarom zou ik hem er uitge laten hebben zeide zij boos. „Zou ik zoo dwaas zijn zulk een rei keloos mensch zijne vryheid te geven, en dat terwijl ik alleen met hem in huis ben Neen. Papa, er is hier geen mensch geweestMorton heeft gedroomd, dat is de geheele geschiedenis, en in zijn slaap is hij opgestaan en heeft de deur gesloten. Sinds wij laatst die lepeltjes verloren hebben is zijn hoofd vol roovera- geschiedenissen." Zij gaf haar vader, terwijl zij dus sprak, een veelbeteekenenden blik. Hy liet zijne knechts weg gaan en zond den verslagen en verbysterden Morton naar bed. Wordt vervolgdi

Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe - Periodiekenviewer

Overveluwsch Weekblad/Harderwijkerkrant | 1933 | | pagina 1